Kracht en grip: Opel Insignia toont hoe het moet | Media OPEL Belgique

Kracht en grip: Opel Insignia toont hoe het moet

download-pdf
download-image
download-all
wo, 20/02/2019 - 11:00


Opel viert 120 jaar autoproductie
 
  • Jubileumaanbod: “120 Years Edition”-uitvoering van Opel Insignia
  • Al vele decennia rijplezier: Kadett, Diplomat, Calibra, Insignia GSi en co.
  • Pure precisie: FlexRide-chassis en Twinster-vierwielaandrijving met koppelvectoring
  • Mobiliteit voor iedereen: democratisering van technologie is merkessentie

 

Opel bouwt reeds wagens sinds 1899. Het begon allemaal met de 4 pk-sterke Patentmotorwagen “System Lutzmann”, die volgens de reclamefolder in die tijd “altijd het beste van het beste” bood. In 2019 viert Opel 120 jaar autoproductie, en dus ook 120 jaar innovatie. Het Duitse merk kent een lange traditie van hoogtechnologische vernieuwingen in serieproductie. Levendige motoren en veilige chassis met een goede grip speelden altijd een belangrijke rol, bijvoorbeeld bij het 1,3 liter-model met Opels “synchrone ophanging”, de Diplomat B met Dion-achteras, de Rallye Kadett GT/E en de superdynamische Calibra Turbo met vierwielaandrijving.

Het beste voorbeeld daarvan vinden we vandaag terug in het vlaggenschip van Opel: de Insignia is dankzij de combinatie van een Twinster-vierwielaandrijving met koppelvectoring en het FlexRide-chassis een kampioen qua grip. Hij biedt een ongeëvenaarde rijervaring, vooral in de winter bij sneeuw en ijzel. De Insignia is nu beschikbaar in een speciale “120 Years Edition”-uitvoering, die in het oog springt met onder meer exclusieve lichtmetalen velgen, stijlvolle chroomelementen, dorpelplaten met OPEL-opschrift en “120 Years Edition”-badge.

“Met de “120 Years Edition”-verjaardagsmodellen tonen we nogmaals aan hoe waardevol praktische technologieën zijn”, zegt Opel Managing Director Sales & Marketing Xavier Duchemin. “Daardoor hebben we precies de voertuigen in onze portfolio die onze klanten willen, en tegen zeer aantrekkelijke voorwaarden.”

Opel Motorwagen: “de grootste verwezenlijking in motorontwerp” tot dan toe

De Opel Insignia is typisch Opel: ook hier biedt het model meer aan dan de klanten verwachten in deze voertuigklasse. Dat begon al in de late 19de eeuw met Opels Patentmotorwagen “System Lutzmann”. Deze wagen bood reeds twee technologische hoogtepunten: ten eerste, pneumatische banden, in 1845 uitgevonden door Robert William Thomson maar nog niet vaak gebruikt in de autoproductie. De tweede was de eencilindermotor met 4 pk. In januari 1901 kon Opel met deze motor claimen dat de auto’s die in Rüsselsheim gebouwd werden “de grootste verwezenlijking vormden op het vlak van motorontwerp tot nu toe, zowel wegens de eenvoud van het mechanisme als de robuustheid van de constructie”.

“Duizelingwekkende snelheid” dankzij tweecilindermotor met 12 pk

“Altijd het beste van het beste” is een ander motto van Opel. En omdat net als alle andere auto- en motorproducenten het merk uit Rüsselsheim van bij het begin geconfronteerd werd met een vraag naar meer vermogen, werd de lat reeds in 1902 hoger gelegd. De eerste tweecilindermotor van het bedrijf, ontworpen onder leiding van de technisch begaafde broers Fritz en Wilhelm Opel, had een vermogen van 12 pk. De Opel met Tonneau-koetswerk haalde een “duizelingwekkende snelheid” van 45 km/u. Dit was echter vooral een theoretisch cijfer, gezien de staat van de wegen: die waren in het beste geval vaak enkel in de stad verhard. Het was zonder enige twijfel de mechanische oliepomp die deze vooruitgang mogelijk maakte. De handpomp met kijkvenster, die om de 10 tot 15 kilometer door de bestuurder moest worden geactiveerd, behoorde nu voorgoed tot het verleden.

Synchrone ophanging van Opel maakt einde aan tijdperk van paard en kar

Via een technologische mijlpaal zorgde de automaker uit Rüsselsheim ervoor dat bestuurders niet langer elke oneffenheid in de weg voelden. Opels “synchrone ophanging” die in 1934 op de handelsbeurs van Berlijn werd voorgesteld, bood een alternatief voor de toenmaals nog vaak gebruikte voorwielophanging “zonder as”. Horizontale schroefveren en hydraulische schokdempers met dubbele werking in de veerbehuizing (Dubonnet-ophangingseenheid) vermeden ongewenste schommelingen. Samen met de semi-elliptische bladveren en hydraulische dempers op de achteras zorgden ze ervoor dat de auto over putten in het wegdek gleed. In vergelijking met Opels 1.3 liter-model met 24 pk, dat ook voorzien was van een boxframe met diagonale steunen en kruisbalken, een versnellingsbak met vier versnellingen en hydraulische remmen, waren heel wat concurrenten met ontwerpen uit het tijd van paard en kar op slag voorbijgestreefd.

Zes-in-lijn brengt premiumgevoel naar middenklasse

De Rekord A “6” was een duidelijk voorbeeld van de manier waarop Opel hoogwaardige spitstechnologie verder bleef democratiseren. De motor van het topmodel dat in 1964 verscheen, bood een indrukwekkend koppel van 186 Nm met een cilinderinhoud van 2,6 liter. De kalme en geraffineerde maar krachtige motor met zes cilinders op een lijn zorgde voor een premiumgevoel in het segment van de middelgrote berlines en coupés. Dit werd bereikt dankzij het traditionele ontwerpprincipe met de nokkenas, stoterstangen, tuimelaars en kopkleppen ingebouwd in het motorblok. Hydraulische klepstoters maakten een onderhoudsvrije klepaandrijving mogelijk. De korteslagmotor vormde naar het einde van zijn loopbaan een grote upgrade voor de Rekord A, en paste dankzij zijn overtuigende karakter ook ideaal in de nieuwe Kapitän en Admiral in het topsegment.

Alsof Opel de best mogelijke weg in de Diplomat had ingebouwd

De fabrikant in Rüsselsheim maakte er geen geheim van dat hij steeds op zoek was naar geavanceerde aandrijvings- en chassisoplossingen. In de promotiebrochure van de Opel Diplomat B van 1969 kon je bijvoorbeeld het volgende lezen: “Wij hebben hem van binnen naar buiten gebouwd.” Wat betekent dit? “De technologie bepaalt het ontwerp.” En dat is niet gelogen, zeker niet met de Dion-achteras die zeer gewaardeerd werd door experts. Dit geavanceerde design combineerde de voordelen van de dubbelgelede starre as met constante sporing en camber met een onafhankelijke wielophanging, met als positief effect een laag onafgeveerd gewicht. Het plaatje was helemaal af dankzij de steunbalk, de aandrijfassen met homokinetische koppelingen en verstelbare lengte, longitudinale en vorkvormige draagarmen voor een nauwkeurige wielcontrole, een stabilisator, schroefveren en telescopische schokdempers. Het geheel zorgde ervoor dat “het leek alsof we de best mogelijke weg in de wagen hadden ingebouwd”.

Katapult van 105 pk voor “Raket uit Rüsselsheim”

Een compacte wagen met 105 pk was in 1975 eveneens een statement. Met de Kadett GT/E bracht Opel een “competitief basismodel” op de markt. Deze krachtige wagen voor dagelijks gebruik met grootse rijeigenschappen was voor sportief ingestelde “gemiddelde consumenten” wat de racewagen was voor rally- en racepiloten. De 1,9-liter injectiemotor met hoog koppel, die ook werd gebruikt in de nieuwe Manta GT/E, katapulteerde de “Raket van Rüsselsheim” met een rijklaar gewicht van amper 900 kilogram van 0 naar 100 km/u in 10,2 seconden. Hij haalde een topsnelheid van 184 km/u en later met de 2.0-litermotor zelfs 190 km/u. Voor een optimale grip en hoge bochtensnelheid lieten de ingenieurs in Rüsselsheim niets aan het toeval over voor het chassis: dankzij stijvere schroefveren en speciale Bilstein-schokdempers was het chassis goed uitgerust om een hoog motorvermogen aan te kunnen en bood het overvloedige veiligheidsreserves

Hoogtechnologische zes-in-lijn koppelt raffinement aan topsnelheid

Aan het eind van de jaren ’70 introduceerde Opel de Senator als opvolger voor de legendarische KAD-reeks (Kapitän, Admiral, Diplomat). Het nieuwe vlaggenschip van Opel wist te overtuigen op het vlak van technologie en kwaliteit en kon de vergelijking aan met de berlines uit Stuttgart en München. In de wagenklasse daaronder verving de Opel Omega in 1986 de Rekord E, en werd hij meteen uitgeroepen tot “Auto van het jaar 1987”. Voor zowel de Senator als de Omega ontwikkelde Opel een gloednieuwe motor met zes cilinders in een lijn. Het was in die tijd een van de beste motoren qua prestaties, raffinement en vermogen. Wanneer de motor stationair liep, waren er zo weinig trillingen dat men een muntstuk op zijn kant op het klepdeksel kon plaatsen zonder dat het eraf viel.

De uitdaging voor de ingenieurs van Opel was dat deze nieuwe motor een superieure, soepele aandrijving moest bieden voor de luxueuze Senator 3.0i 24V maar ook kracht moest leveren voor de Omega 3000 24V, de sportiefste versie van de middelgrote berline. Het was een evenwichtsoefening die de ingenieurs met vlag en wimpel beheersten. De nieuwe 3,0-liter motor met zes cilinders leverde een vermogen van 150 kW/204 pk. De technologie met vier kleppen en het innovatieve dual-ram inlaatsysteem zorgden voor maximaal vermogen en veel rijplezier, zelfs bij lage toerentallen, dankzij een maximum­koppel van 270 Nm. De motor maakte dus indruk met zijn uitstekende versnellings­eigenschappen en elasticiteit bij alle toerentallen. De Omega 3000 24V met zijn manuele vijfversnellingsbak ging van 0 naar 100 km/u in amper 7,6 seconden; de zwaardere Senator 3.0i 24V had twee tienden van een seconde meer nodig.

DSA-veiligheidschassis met multi-link achteras voor nog meer controle

Om er zeker van te zijn dat het grote motorvermogen in alle veiligheid kon worden aangewend, hebben de ingenieurs bij Opel de sportieve Omega 3000, de Omega 3000 24V en alle Senator-modellen uitgerust met een nieuwe multi-link ophanging achteraan. Het systeem op basis van het DSA-veiligheidschassis garandeerde een grotere veiligheidsmarge bij elke snelheid en in elke rijsituatie. De ingenieurs konden dit waarmaken dankzij een extra geleidingselement. Zonder deze bijkomende diagonale arm zou een stijver chassis noodzakelijk zijn geweest, met aanzienlijk comfortverlies tot gevolg, vooral in de Senator. Dat hadden de klanten minder geapprecieerd. Dankzij vele jaren van ontwikkelingen met computersimulaties slaagden de ingenieurs erin de besturingsprecisie en het gedrag in de bochten te verbeteren. Dit bleek vooral in snelle bochten en bij lastwisselingen, maar ook bij plotse veranderingen van rijvak of uitwijkmanoeuvres. Vooral bij krachtige motoren hebben grote veranderingen in het koppel een effect op de aangedreven wielen, met als gevolg dat het voertuig soms zelfsturende reacties krijgt. Met de nieuwe DSA multi-link achteras werd dit tot een minimum beperkt. Opels ingenieurs waren er dus in geslaagd de aanzienlijk verbeterde prestaties dankzij de nieuwe zescilindermotoren in alle veiligheid over te brengen op de weg zonder aan comfort in te boeten of compromissen te sluiten met betrekking tot de afstelling van de wagen.

Opel Calibra legt nieuwe standaarden vast met progressief design en vierwielaandrijving

Opel begon het laatste decennium van vorige eeuw met een progressief design. De Calibra, die in 1989 op de IAA werd voorgesteld, won niet alleen tal van internationale designprijzen, de sportieve coupé met vier zitplaatsen wist ook indruk te maken met zijn technologie. De Calibra kon uitpakken met de laagste luchtweerstandscoëfficiënt van alle seriële productiewagens. Met een Cx-waarde van 0,26 werd hij uitgeroepen tot “Wereldkampioen Aerodynamica”. Vanaf eind 1990 was de vierwielaandrijving die reeds op de Opel Vectra terug te vinden was ook beschikbaar voor de coupé. Het systeem beloofde een hoge tractie, uitstekende stabiliteit bij het remmen en een veilige besturing in alle omstandigheden. Een Visco-koppeling zorgde voor het nodige evenwicht van het koppel tussen de voor- en achteras in de bochten. Het verdeelde ook automatisch het aandrijvingskoppel over beide assen afhankelijk van het slippen van de voorwielen. De achteras nam zo 15 tot 60 procent van de aandrijving over, in extreme gevallen zelfs tot 100 procent. De Opel-ingenieurs konden de veiligheid nog verhogen door de hydraulische koppeling met meerdere platen. Door het aandrijvingsvermogen op de achteras bliksemsnel te onderbreken tijdens het remmen, verzekerde het systeem uitstekende remstabiliteit in alle situaties, mede dankzij het standaard ABS-systeem.

Met zijn sportieve, wigvormige ontwerp smeekte de Calibra als het ware om een topversie met krachtige prestaties; Opel zorgde daarvoor vanaf 1992. De automaker uit Rüsselsheim verving de 16-kleppenmotor met een nieuwe turbo-eenheid, gebaseerd op de beproefde viercilinder, met slechts een paar veranderingen door de ingenieurs. Het vermogen steeg echter meteen van 150 naar 204 pk met bijna hetzelfde brandstofverbruik, en dankzij de combinatie met de vierwielaandrijving was de Calibra Turbo een waardige concurrent voor de Porsche 968, die toen bijna tweemaal zo duur was. Een van de bijzondere kenmerken van Opels nieuwe turbomotor was de integratie van de turbolader en het uitlaatspruitstuk in één enkele component. Dit geïntegreerde systeem zorgde voor zeer lage thermische verliezen en een aanzienlijk grotere efficiëntie van de turbolader. De nieuwe turbomotor vormde het begin van een nieuw tijdperk, waarbij steeds meer modellen en voertuigenklassen met turbo’s werden uitgerust.

FlexRide-chassis met drie individuele modi voor precies afgesteld rijplezier

In 2008 ontwikkelde Opel een nieuw toverwoord voor meer rijplezier en veiligheid: “FlexRide”. Dit mechatronische chassis met adaptieve dempingscontrole werd aanvankelijk ontwikkeld voor de Insignia, Opels nieuwe vlaggenschip, maar het werd één jaar later al geïntroduceerd in de nieuwe generatie van de Astra. Met FlexRide kan de bestuurder de rijdynamiek naar eigen voorkeur instellen: Standard, Sport of Tour – een zeldzaamheid in de compacte klasse.

Dankzij de DMC-eenheid (Driving Mode Control) past het chassis zich bliksemsnel aan de stuurmanoeuvres, versnellingen, wegomstandigheden en de gewenste rijmodus aan. In Tour-modus zijn de dempers zachter en gaat het sturen soepeler. Daardoor worden lange autoritten minder vermoeiend. In Sport-modus zorgt FlexRide voor een meer dynamische rijervaring met een scherpere respons: de demping is stijver, het stuurwiel reageert sneller en het elektronische gaspedaal zorgt voor een snelle reactie. Het sportievere karakter van de wagen wordt ook visueel in de verf gezet door de verlichting van het dashboard, die van wit in rood verandert.

Insignia met FlexRide en vierwielaandrijving met koppelvectoring

Vandaag zorgt de Insignia, het vlaggenschip van Opel, voor de ultieme precisie en rijervaring, in het bijzonder met het sportieve GSi-topmodel. Dat is uitgerust met het vernieuwde FlexRide-chassis, dat hier zelfs een speciale Competition-modus aanbiedt. Zo geniet de bestuurder nog meer vrijheid voordat het ESP tussenbeide komt.

De uiterst geavanceerde Twinster-vierwielaandrijving met koppelvectoring is de perfecte partner voor het sportieve chassis. Dit innovatieve hoogtechnologische systeem bevat twee elektronisch gestuurde koppelingen met meerdere platen ter vervanging van het conventionele differentieel op de achteras, voor een uiterst nauwkeurige overdracht van het koppel op elk wiel. Met andere woorden: dankzij de koppelvectoring wordt een perfect gedoseerde hoeveelheid vermogen overgebracht op elk individueel wiel. Afhankelijk van de situatie worden de wielen individueel versneld in fracties van een seconde, ongeacht of het oppervlak nat, beijzeld of besneeuwd is. Het vervelende ondersturen, waarbij de voorwielen overbelast worden, is grotendeels onbekend bij de Insignia GSi. Hij volgt precies de weg die de bestuurder kiest met het stuur. In combinatie met de speciale sportbanden en de 2-liter BiTurbo-dieselmotor met 154 kW/210 pk (brandstofverbruik: volgens NEDC1: stad 9,4 l/100 km, buiten de stad 5,8 l/100 km, gecombineerd 7,1 l/100 km, 188-187 g/km CO2; brandstofverbruik volgens WLTP2: gecombineerd 8,0‑7,6 l/100 km, 208-198 g/km CO2), haalt de Insignia GSi, die afgesteld werd op de legendarische Nürburgring Nordschleife, een snelheid tot 233 km/u en wordt hij een vlijmscherpe rijmachine.

 

[1] WLTP-metingen omgezet naar NEDC-waarden voor vergelijkingsdoeleinden.

[2] Gecombineerde WLTP-cijfers (alleen ter informatie, niet te verwarren met de officiële NEDC-waarden)


 

  • Contact :
  • Wim Verloy
    Wim Verloy
    Marketing & Communications Manager a.i.
    Tel : +32 3 450 64 50
    Mobile :
    wim.verloy@opel.com
  • Ron Dubois
    Ron Dubois
    Opel Belgium Communications
    Tel : +32 (0)3 450 63 64
    Mobile :
    ron.dubois@opel.com
Scroll